
Ken je dat? Je geeft een training en je ziet dat iemand zucht of fronst. Meteen komt er een stemmetje dat zegt: “oh nee, hij vindt het helemaal niks!” Een split second denk je: zal ik het benoemen? Maar je staat voor de groep, je wilt de draad van je verhaal niet kwijtraken. En eigenlijk is het ook te spannend. Wat als het waar is dat hij het niks vind?! Je stopt het ongemak diep weg en gaat door.
Het overkwam mij deze week weer. Ik stond met Mirjam Halkes voor de groep van de Vervolgopleiding Systemisch werken. Mirjam is de hoofdtrainer en ik deel in blok 5 mijn expertise over Gezinsopstellingen en Samengestelde systemen.
Terwijl ik vertelde over de verschillen tussen een familieopstelling en een gezinsopstelling, zag ik uit mijn ooghoek dat Mirjam met een dikke denkrimpel naar me zat te kijken. Ik deed nog een poging het te adresseren: “Ik zie Mirjam zo kijken”, maar mijn overlevingstactiek nam het over: Ik maakte een grapje en ging verder.
’s Avonds in alle rust liet ik de dag nog eens aan me voorbijgaan. De donkere blik van Mirjam kwam daar ook weer in terug. De een na de andere gedachte rolde over elkaar heen: Heb ik iets verkeerd gedaan? Heb ik iets gezegd wat niet klopt? Was ik niet goed in contact met de groep? Was ik te lang van stof?
Ik zag ook de parallel met de stof van dit blok. Als kind doen we dit constant. We nemen iets waar in de houding van onze opvoeders en betrekken dit op onszelf. Mama zucht; Ik ben natuurlijk ook lastig. Papa draait zich om; Ik ben niet interessant. Mama is druk: ik ben niet belangrijk. Papa fronst; ik ben niet goed genoeg.
Als kind kun je deze observaties niet bevragen. Zelfs als je er de taal al voor zou hebben, het antwoord zou levensbedreigend zijn. Wat als het waar is dat je niet goed genoeg bent voor je ouders? Moet je dan weg?
Dus leren we deze observaties binnen te houden en zo groeien de overtuigingen dat het waar is dat we niet goed genoeg, zijn, niet lief genoeg, te slap, te dom. En iedere zucht, iedere frons die we in ons latere leven waarnemen, triggert iets van die oude angst om afgewezen te worden.
Het niet bespreken met Mirjam was geen optie meer. Ik wist dat als ik het niet zou bespreken dat dit een eigen leven zou kunnen gaan leiden. Dat mijn gedachtes over wat zij misschien wel van mij vindt, veel erger zijn, dan wat zij ook zal zeggen.
De volgende morgen vertelde ik haar dat ik een frons had waargenomen en ik vroeg of dat door mij kwam. Ze keek verrast en lachte. Ze vertelde hoe ze mijn verhaal nu voor de derde keer hoorde en dat het dit keer binnenkwam om de laag van haar eigen ouderschap. De denkfrons was naar binnen gericht: Hoe heb ik dat eigenlijk gedaan als moeder?
Toen beseften we ons dat er waarschijnlijk ook mensen in de groep waren die dit hadden waargenomen. Dat wij als het ware als ‘ouders’ voor de groep zitten; dat de deelnemers al onze lichaamstaal waarnemen en er van binnen mee aan de slag gaan. In het openingsrondje hebben we het kort benoemd.
Er ging een rimpeling van opluchting door de groep.
Met liefde, Kitty
#Podcast #systemischwerken #welingesprek
Webdesign/webdevelopment:
Birdhouse Solutions
Welopstellingen
Stovestraat 25
3811 KA Amersfoort
T 085 06 03 160
info@welopstellingen.nl
www.welopstellingen.nl